De twee hoofdtypes
Nogal wat mensen die voor het eerst bamboe in hun tuin hebben maken in het begin vergissingen. Deze kunnen voorkomen worden met een korte cursus in het herkennen van de twee belangrijkste bamboetypes. De informatie die hier volgt kan nuttig zijn voor het nemen van de juiste beslissing in de keuze van uw bamboesoort. Het kan u ook verder helpen om meer inzicht in deze nog vaak nog onbegrepen plantengroep te krijgen. Gelukkig bestaan er tussen de twee voornaamste groeitypes, de niet-woekerende en de woekerende soorten, duidelijk herkenbare verschillen. Met een beetje hulp zijn ze gemakkelijk van elkaar te onderscheiden.
Niet woekerende winterharde bamboe: Fargesia
In feite wordt dit groeitype in ons klimaat alleen door het geslacht Fargesia vertegenwoordigd. Fargesia’s hebben hun natuurlijke verspreidingsgebied hoog in de bergen van midden China, wat hun grote winterhardheid verklaart. Ze zijn gemakkelijk te herkennen aan hun vrij dunne halmen en het kleine blad (Enkele Fargesia robusta variëteiten hebben relatief grote bladeren, maar zijn minder winterhardheid). Op elke knoop vertakt de halm zich met 3 tot meer dan 15 zijtakken. Verder hebben ze allemaal hetzelfde min of meer compacte polvormende wortelstelsel (sympodiaal).
De ronde halmen staan dicht bij elkaar en elke nieuwe wortelstok komt in een korte bocht als nieuwe halm dicht bij de moederplant uit de aarde. Zo vormen ze dichte pollen die zich, zoals bij veel vaste planten en siergrassen, geleidelijk aan de rand uitbreiden. Hierdoor kan men van te voren een inschatting maken hoe breed de kluit het volgende jaar zal zijn. Fargesia’s kunnen geen lange ondergrondse uitlopers maken en daarom vormt dit type bamboe geen gevaar voor folievijvers, bestrating of de tuinen van de buren. In kleinere tuinen, of als wintergroene haag tot 4 meter hoog is dit type de beste keuze.
Bij sommige Fargesia-soorten zoals Fargesia ‘Rufa’, Fargesia species Scabrida en enkele grootbladige variëteiten van Fargesia robusta kan de lengte van de ondergrondse wortelstokken en dus de breedtetoename met 30 cm of meer behoorlijk groot zijn. Misschien wel te groot voor de plaats die bedoeld was. Laat u hierover adviseren op de kwekerij. Wij kunnen u vertellen hoe compact de Fargesia van uw keuze groeit.
Voorbeeldsoort: Fargesia robusta ‘Campbell’
Fargesia robusta ‘Campbell’ heeft alles in huis om model te staan voor ‘Fargesia’. Deze bamboe heeft een compact wortelstelsel en groeit daardoor in een pol. De ronde, dicht op elkaar staande halmen hebben een opgaande groei, glanzende sierlijke, kleinere bladeren.
Het wortelstelsel en de groei van de halmen.
Wanneer we goed naar het wortelstelsel van Fargesia robusta ‘Campbell’ kijken dan zien we dat ondergronds de halmen via korte wortelstokken met elkaar verbonden zijn. Nieuwe scheuten vormen zich aan de uiteinden van deze wortelstokken en groeien direct met een bocht naar boven. Als nieuwe spruit komen deze soms al in april boven de grond. Na een maand zijn deze scheuten al meer dan een meter hoog en na twee tot drie maanden kunnen ze al uitgroeien naar halmen die weer dikker en hoger zijn dan de oude halmen. Oude uitgegroeide halmen behouden altijd hun oorspronkelijke dikte en hoogte. De nieuwe aanwas is door de witte schutbladeren gemakkelijk te onderscheiden van de oude halmen, en in de loop van de zomer vallen deze schutbladeren af. Bij deze bamboe is de uitbreiding aan de randen meestal niet groot.
Verdere onderverdeling. Fargesia’s zijn weer onder te verdelen in twee subgroepen:
1. Bladrollende Fargesia’s. Voorbeeld: Fargesia sp. Jiuzhaigou 1
Dit type heeft een mechanisme ontwikkeld om bij zon, droge wind en vorst zichzelf tegen uitdroging te beschermen. In deze groep vinden we de meest winterharde soorten omdat ze het best zijn aangepast om strenge kou te doorstaan. In de late herfst, november, wordt een deel van het blad afgestoten en samen met het oprollen van het blad bij vorst wordt zo de verdamping tot een minimum beperkt. De volgende Fargesia’s en hun variëteiten zijn de belangrijkste vertegenwoordigers van de bladrollers: Fargesia demissa, Fargesia denudata, Fargesia sp. jiuzhaigou, Fargesia murieliae en Fargesia nitida.
2. Niet bladrollende Fargesia’s. Voorbeeld: Fargesia robusta ‘Campbell’.
Deze bamboe laat voor de winter maar weinig blad vallen en dit blad rolt zich niet op tijdens vorstperiodes. Hierdoor zijn ze beter wintergroen maar in extreme situaties waarbij het kouder wordt dan –20°C leggen ze het af tegen de bladrollende types. De volgende soorten en hun variëteiten vertegenwoordigen deze groep: Fargesia robusta, Fargesia ‘Rufa’ en Fargesia sp. Scabrida
Nieuwe generatie.
Bij het aanplanten van een haag investeert men in de toekomst en daarom is bloeiveiligheid een belangrijke vereiste. Twee maal binnen korte tijd, eerst in de jaren 90 met Fargesia murieliae en daarna weer met Fargesia nitida heeft de bloei ervoor gezorgd deze soorten zijn afgestorven. De meeste soorten die de kwekerij aanbied behoren tot een nieuwe generatie en zijn dus nog voor tientallen jaren bloeiveilig. En in het geval van Fargesia robusta en Fargesia “Rufa” zijn er aanwijzingen dat deze soorten vrij recent in China gebloeid hebben en naar verwachting de eerste decennia niet zullen bloeien .
Hogere soorten
Alle winterharde bamboes behalve Fargesia’s breiden zich ondergronds uit met min of meer lange uitlopers. Hieronder vallen alle hogere soorten met dikkere halmen en een hoogte van 4 to 10 meter die worden vertegenwoordigd door Phyllostachys, Semiarundinaria en Pseudosasa.

Phyllostachys
De belangrijkste en meest toegepaste groep bamboe die voor hogere hagen gebruikt wordt is het geslacht Phyllostachys. De hoogte van volwassen Phyllostachys-soorten varieert in ons klimaat van 4 tot meer dan10 meter en de dikte van de halmen van 2 tot 8 centimeter. Een Phyllostachys is gemakkelijk te herkennen aan de halmen omdat er net boven elke vertakking een afgeplatte kant zichtbaar is (de sulcus). Alleen bij erg hoge Phyllostachys-soorten kan het onvertakte benedenste deel helemaal rond zijn maar hogerop, waar de vertakking begint, vinden we deze afgeplatte kant altijd weer terug. De vertakking bestaat meestal uit maar 3 afsplitsingen. Net als alle woekerende bamboesoorten maakt Phyllostachys in de nazomer ondergrondse uitlopers die per soort en per standplaats kunnen variëren van 30 cm tot wel 3 meter of langer. Dit type wortelstelsel (monopodiaal) zorgt hierdoor voor een min of meer grote uitbreidingdrang, waaraan bamboe vaak zijn slechte reputatie te danken heeft. Voor hogere wintergroene hagen tussen 4 en 8 tot10 meter vindt u hier de beste soorten maar denk er vooral aan om een wortelbegrenzer in te graven.

Voorbeeldsoort: Phyllostachys aureosulcata ‘Spectabilis
Phyllostachys aureosulcata ‘Spectabilis’ vertegenwoordigt met zijn uiterlijk alles wat het geslacht Phyllostachys te bieden heeft. Snelle groei, grote winterhardheid en uitbreidingsdrang. Bij een volwassen Phyllostachys aureosulcata ‘Spectabilis’ staan de tot 4 cm dikke en tot meer dan 6 meter hoge halmen ruim uit elkaar. Om goed uit te kunnen groeien heeft zo’n plant vanzelfsprekend ruimte nodig. Denk daarbij aan een oppervlak van minimaal 1 bij 2 meter maar 2 bij 3 is beter. Begrens de wortels met een wortelbarrière. (zie: Aanleg & onderhoud)

Wilt u meer weten over de groei van Phyllostachys, kiik dan naar de volgende video: GROEI VAN BAMBOE

Het wortelstelsel en de groei van de halmen.
Phyllostachys aureosulcata ‘Spectabilis’ maakt in de nazomer lange en dikke ondergrondse uitlopers met aan het einde een groeipunt. In deze uitlopers, de rizomen of wortelstokken, verzamelt de plant voedsel voor de scheutengroei van het volgende seizoen. Op deze uitlopers wordt voor de winter als knop het begin van een nieuwe halm gevormd.
Bij Phyllostachys aureosulcata ‘Spectabilis’ komen deze nieuwe scheuten in mei of juni boven de grond. En ze groeien razendsnel, bij warm weer soms wel 30 tot 40 cm per dag. Wanneer de beschermende schutbladeren afvallen hebben deze halmen al direct de dikte die ze voor de rest van hun leven behouden en dat is meestal dikker dan de oude halmen die er al stonden. In dit tempo kunnen de nog onvertakte spruiten eind juni of begin juli al ver boven de oudere halmen uitsteken, ongeacht of de oorspronkelijke plant 5 of 10 meter hoog was. Deze nieuwe scheuten kunnen zo in een relatief korte periode van 2 tot 3 maanden voor een spectaculaire lengte- en diktetoename van de halmen zorgen. Het is vanzelfsprekend dat een kleine plant een aantal jaren nodig heeft om zijn volwassen lengte te bereiken.